|
Bewoners
|
Rhemenshuizen was een
postmiddeleeuwse woning naast de Heilige Geestkapel in de Kerkstraat,
deels op de plaats van de uitbouw uit 1971 en deels op de plaats van de
woning daarnaast. Eerder heeft hier de Openbare Nutskleuterschool
gestaan, tegenwoordig staat er een woning. Onbekend is wanneer de
havezate is gebouwd.
Steven Gerhard van
Rhemen, zoon van Steven van Rhemen en Lucia Voet, werd in 1654 van zijn
havezate aan de Hollandse Plaats verschreven. De preciese ligging
hiervan is onbekend. Hij was op 10 november 1644 in Deventer getrouwd
met Helena (Wichmoet) van Twickelo. Helena Wichmoet van Twickel werd
gedoopt op 9 augustus 1617 en is gestorven in Deventer op 29 juli 1645.
Zijn toelating tot de Staten was niet zo vanzelfsprekend. In 1653 had
hij om admissie verzocht, maar de drost en de jonkers van het kwartier
van Vollenhove hadden zich ertegen verzet. Deze laatsten voerden aan dat
het huis waarvan hij verschreven wenste te worden geen havezaten waren.
Het belangrijkste argument van de Vollenhoofse edelen om Van Rhemen en
daarnaast ook Gansneb genaamd Tengnagel niet toe te laten, was het feit
dat hun huis niet adellijk betimmerd zou zijn. Een havezate binnen de
stad Vollenhove of 'der edelen huisen zyn van oltsheer geappropodeert
ende gebouwt geweest tot gebruick ende onthael van adelicke personen,
als uyt de hoedanicheyt van haere gemacken offte saelen ende caemeren is
aff te nemen'. Bovendien moest de waarde van de havezaten die van de
burgers overtreffen.
Hun verschil van mening liep zo hoog op, dat Gedeputeerde Staten van
Overijssel als rechter moesten optreden. Van Rhemen wist zijn huis aan
de Hollandse Plaats in de Kerkstraat als havezate aan te laten merken en
gaf het zelfverzekerd de naam Rhemenshuizen.
Steven Gerhard, erfgezeten te Vollenhove, kreeg in 1657 een commissie
van Overijssel in de geschillen tussen Hasselt en Steenwijk met
Overijssel. Hij en zijn tweede vrouw Josina Maria van Roussel leenden op
15 juni 1652 geld aan de Landschap Drenthe en hij nogmaals in mei 1659.
In 1658 werd het
recht van havezate van dit huis alweer verlegd en wel naar een huis in
de Kerkstraat ten oosten van de Heilige Geestkapel. Op verzoek van deze
zelfde Steven (Gerrit) van Rhemen hebben Ridderschap en Steden op 24
april 1658 de gerechtigheid en kwaliteit van een adellijke "saelstede"
of havezate van het huis en havezate Rhemenshuizen, die daarvoor aan
Rudolf van Isselmuden toebehoorde, gelegen binnen Vollenhove aan de
Hollandse Plaats, afgenomen en gelegd op het huis, dat de verzoeker toen
in eigendom bezat.
Dit huis in de Kerkstraat had hij gekocht had van Dr. Jan Lemker,
burgemeester te Vollenhove en zijn vrouw Rudolpha van Berchorst en haar
moeder Maria Wolfsen, weduwe van Casper Berchorst.
'Het Huis ende havesate, soo als dat binnen de stadt Vollenhoe in syn
bepalinge is gelegen' werd op 7 april 1660 (OE fol 472v) op verzoek van
Gerhardt van Rheemen en krachtens besluit van gecommitteerden tot de
lenen van 16 maart 1660 tot een Overijssels leen aangenomen, onder
voorwaarde, dat dit goed alleen na betaling van een dubbel heergewaad
weer uit het leenverband ontslagen zou kunnen worden.
Zoon Steven Unico,
enigst kind, werd van Rhemenshuizen verschreven in 1670. Hij huwde in
Steenderen op 27 februari 1680 met Lumina Kreijnck. Steven Gerhardt van
Rheemen tot Rhemenshuisen werd op zijn verzoek op 16 mei 1680 (OF fol
155) "het Huis ende havesate Rhemenshuisen, als dat binnen de stadt
Vollenhove in syn bepalinge gelegen is", als zoon en leenvolger van
wijlen Gerhard van Rhemen, uit het leenverband ontslagen tegen betaling
van een dubbel heergewaad.
Deze Steven schreef in 1704 een boek over o.a. het dijkrecht van
Vollenhove.
Gerrit Jan van
Rhemen werd in
1709 naast zijn vader Steven verschreven van Rhemenshuizen. Hij huwde in
1707 met Femia Helena Aleyda van Broekhuyzen tot den Gelderschen Toren,
douairière Nicolaas van Zee tot Sinderen en overleed in 1748. Door dit
huwelijk werd Gelderland weer hoofdzetel van de Overijsselse tak van de
familie, hoewel zij steeds in de Ridderschap van 0verijssel bleven
zetelen.
Zijn zoon Gerrit
Jan van Rhemen, met dezelfde voornamen, werd in 1735 naast zijn vader
verschreven van Rhemenshuizen. Hij huwde in 1745 met Johanna Catharina
Sloet, dochter van C. W. Sloet tot Lindenhorst.
Hij speelde een belangrijke rol in de plaatselijke politiek, waar de
adel onderling - soms al ruziënd - de baantjes verdeelde. In 1746 waren
er twee kampen, de ene gecentreerd rond de drost Hendrik van Isselmuden
tot Zwollingerkamp en de andere rond Gerrit Jan van Rhemen tot
Rhemenshuizen. In die tijd verscheen een hekeldicht met over hem de zin:
'Voor Rhemen junior is niets bequamer dan te sitten in de rekenkamer,
want 't geene men daar doet, is maar te seggen: jaa 't is goet. Soo gaat
het ook te Rotterdam.'
In 1748 woonde bij het echtpaar Van Rhemen-Sloet haar oom Jan Alphert
Sloet en haar zusters Judith Agnes en Margaretha A. I. Sloet tot
Lindenhorst.
Gerrit Jan was van
1758 - 1763 schout van Oldemarkt, Paaslo en IJsselham en overleed in
1787 op de Geldersche Toren.
Hun zoon Mr. Wilt Gerrit Jan van Rhemen van Rhemen werd naast zijn vader
Gerrit Jan in 1781 van Rhemenshuizen verschreven. Hij was gedoopt in
Vollenhove op 6 maart 1757. Hij trouwde met A. S. Schimmelpenninck van
der Oye. Op 20 juli 1790 werden aan Sloet van Tweenijenhuizen twee
stukken land liggend voor zijn havezate verkocht, de Lazaruskampen. Deze
waren bezwaard met o.a. 72 schepel gerst aan de heer van Rhemen tot
Rhemenshuizen en Douairière Sloet van Lindenhorst (zijn moeder).
Antonie van Baak Sr., als rentmeester van zijn Vollenhoofse goederen,
verhuurde vanaf 30 augustus 1795 aan de leden van de Geestelijkheid van
de Stad en het land van Vollenhove het huis genaamd "Reemshuizen" met de
plaats erbij voor 6 jaren onder voorwaarden, dat jaarlijks 30 caroli
gulden als huur werd betaald en het huis gebruikt werd door de RK
gemeente tot het waarnemen van hun godsdienst. De R.K. Parochie had
liever de O.L Vrouwekerk gehad, maar dat verzoek was afgewezen. Indien
door de Nationale Conventie een nadere schikking over de Geestelijke
goederen mocht worden gemaakt voor afloop der huurjaren, zouden de
huurders van de huur ontslagen zijn. Het huis diende dan zoveel mogelijk
in de vorige toestand gebracht te worden enz. Het gebruik als kerk
duurde slechts tot 1 april 1799, toen de H. Geestkapel als zodanig kon
worden ingewijd.
Op 26 april 1797 verklaarde de secretaris der stad Deventer, dat de heer
van Rhemen tot Rhemenshuizen de eed had afgelegd, door de
volksrepresentanten dezer provincie voorgeschreven bij de ordonnantie op
een tweede geforceerde negotiatie van één procent, vastgesteld op 24
oktober 1796.
In de gemeenteraadvergadering van 2 juni 1811 werd gezegd, dat tot de
stadsbezittingen behoorde een jaarlijkse uitgang uit Rhemenshuizen,
groot 4 stuivers.
Mr. W. G. J. overleed in 1827 te Zutphen en zijn vrouw in 1838. Bij
haar dood was ook hun zoon Alexander reeds overleden. Hij was lid van
meerdere belangrijke besturen, en ook tweedekamerlid. Diens oudste zoon
Frederik August, stond Rhemenshuizen af aan zijn jongere broer Cornelis
Herman. Ook deze was bestuurder, o.a. burgemeester van Brummen en ook
kamerlid. Duidelijk moge zijn, dat zij geen enkel belang meer hechtten
aan hun voorvaderlijk bezit te Vollenhove, behalve dan dat ze er de
titel van baron aan ontleenden. Ze waren verwant geworden aan
belangrijke families, zoals Schimmelpenninck. Hun belangrijkheid
weerspiegelt in het feit dat er in Wassenaar zelfs een laan naar hen is
vernoemd.
Volgens een kadastrale kaart uit 1832 was Rhemenshuizen een pakhuis
geworden, volgens van der Aa was het dat in 1847 nog steeds. In 1887
verkocht R. G. S. van Rhemen een stukje tuin aan de R. K. parochie en in
1913 is de grote schuur, die er stond, afgebroken.
Volgens het kadaster waren de opvolgende bezitters van het terrein
aldus: eerst W. G. J. van Rhemen tot 1840, dan C. H. van Rhemen,
vervolgens R. G. S. van Rhemen (mede-eigenaar was toen R. G. S. Baron
van Nagell), diens weduwe A. Baronesse von Grotthuss, en tenslotte H. B.
de Roo (1927).
In 1913 is het terrein tegen een canon van f 1 tot 2012 door de familie
van Rhemen afgestaan aan het Groot Burger Weeshuis onder beding, dat het
geslachtswapen in de gevel werd aangebracht van de nieuwe
Nutsbewaarschool die op de plaats van Rhemenshuizen zou worden gebouwd.
In december 1913 vond een aanbesteding plaats, waarbij het bestuur van
het Departement Vollenhove der Maatschappij tot Nut van het Algemeen
aanbesteedde het bouwen van een Nutsbewaarschool met een dubbel woonhuis
op een terrein, grenzende aan de Kerkstraat en de Heilige Geestkerk te
Vollenhove, op te leveren 15 juli 1914. Uit de voorwaarden is voor ons
doel alleen van belang, behalve het plaatsen van de wapensteen in de
gevel, dat de op het terrein staande bomen en struiken voldoende diep
uitgegraven moesten worden. Aanwezige fundamenten en putten zo nodig uit
te graven en met goede grond of zand aan te vullen. Langs het Weeshuis,
de R. K. Kerk en het huis aan de H. Geeststeeg een goot te maken
(archief Marxveld). In de grond zaten vele oude stenen en overwelfde
kelders en er was een put met goed drinkwater, waar mensen uit de buurt
water uithaalden, later vermolmd.
In de gang van deze bewaarschool hing een houten wapenbord met het wapen
van Rhemen in kleuren, terwijl in de voorgevel het wapen in steen is
geplaatst.
Een krantenartikel
van J.G. Hofstede uit 1963 beschrijft zijn bezoek aan de
Nutsbewaarschool aldus:
Interessant is de Nutsbewaarschool met zijn ijzeren hekje en pleintje.
Juist was de prille jeugd bezig zich door het hek te wringen, toen ik
het pleintje betrad en het wapen der Van Rhemens, dat in steen in de
gevel is uit gehouwen, ging bekijken. Terwijl ik van dit wapen een
schetsje maakte vertelde een der vriendelijke onderwijzeressen mij, dat
er in de gang van de school nog een dergelijk wapen, uitgevoerd in
kleuren, hangt hetwelk inderdaad een prachtig wapen is.
Dit is dan dus het oude familiewapen van de Van Rhemens die op deze
plaats, vanaf het eind van de 17e eeuw hun havezate hadden. In het begin
van de 20e eeuw was er echter nog slechts een schuur van over. In 1913
is door de erven de grond afgestaan ten behoeve van de bouw van de
Nutsbewaarschool, echter onder voorwaarde, dat de wapenborden aan de
gevel van en in het gebouw moesten worden aangebracht.
Dit wapen, waarvan het in de gang aangebrachte, het mooiste en
duidelijkste is, vertoont op het schild drie eendjes op golven, een helm
met versierselen en als schildhouders twee griffioenen. Een griffioen is
een heraldische figuur in dit geval een combinatie van een leeuw en een
arend. Het onderlijf stelt de leeuw voor, het bovenlijf de arend met
afgewende kop. Deze figuren kwamen in de wapens der adellijke families
wel meer voor; er waren er zelfs met een afbeelding van half dier half
mens.
De
Nutsbewaarschool, waar jarenlang juffrouw Pereboom de scepter zwaaide,
is afgebroken in 1971, waarna een uitbouw aan de kapel wordt aangebracht
en het braakliggende terrein met gras wordt ingezaaid.
Toen de aannemer
in mei 2003 palen aanbracht voor de fundering van de nieuwe woning naast
de aanbouw van de kapel en de grond werd weggegraven, werden
archeologische waarnemingen uitgevoerd op de bouwplaats. Die leverden
hoegenaamd niets op. Men vond wat opeengestapelde kloostermoppen
gemetseld met leem, een klein deel van een veel recentere waterkelder,
muurresten van de bewaarschool en de contouren van een zeer grote put
die veel oostelijker dan de havezate ooit heeft gelegen, werd
aangetroffen. Dat zou de eerdergenoemde put kunnen zijn. Behalve een
flink aantal zware zwerfkeien, zonder twijfel ooit voor fundering
gebruikt, en wat met leem gemetselde kloostermoppen, kon geen enkel
verband met de havezate worden ontdekt.
De enige tastbare
herinnering aan de havezate en de familie Van Rhemen is het familiewapen
op hout, dat gehangen heeft in de Nutsbewaarschool. Het is in het bezit
van de Stichting Oudheidkamer en hangt in de hal boven de toegangsdeur
tot de grote ruimte van de vroegere brandweerkazerne, waar een deel van
de collectie tijdelijk is uitgestald. |